Posts tonen met het label carburateur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label carburateur. Alle posts tonen

2017 Probleem J2 en probleempje Crusader

Uit de RE-garage

De afgelopen tijd was er weinig nieuws te vertellen uit de RE-garage. Niet dat ik niet gesleuteld heb, maar niets nieuws. Ik ben nog steeds bezig om de problemen met de 1948 J2 te verhelpen. Het probleem is niet constant hetzelfde. Soms start hij goed, maar stopt bij het opendraaien van het gas. Een andere keer kan ik zelfs wegrijden tot een ongeveer 60 kmh en dan houdt hij in, gas terug en bij een lagere snelheid pakt hij weer op. Is het de ontsteking of de carburateur? Te weinig of teveel benzine? Aan de bougie te zien, zwarte aanslag, teveel.

Dus wat heb ik allemaal geprobeerd: reinigen van de carburateur met extra aandacht voor de vast ingebouwde startsproeier, nieuwe standaard naaldsproeier en naald, nieuwe hoofdsproeier, kleinere naaldsproeier, kleinere hoofdsproeier, vlotter niveau verkleinen, vergroten, nieuwe vlotter, nieuwe vlotternaald, nieuwe gasschuif (daar was het ooit mee begonnen – zie RE-garage 2015 geleden of kijk op (royalenfield-info.nl bij Personal en Blogger), enzovoort, met nog niet het gewenste resultaat. Uiteindelijk ga ik weer terug op de standaard sproeiers: 170 hoofdsproeier en 106 naaldsproeier en de normale vlotterhoogte.

De magneet kan ik nu ook met ogen dicht in- en uitbouwen.
Ik heb de reserve magneet werkend gemaakt met onderdelen die ik in voorraad had en in een testopstelling vonkt die prima, ook bij langdurig gebruik.
De reserve magneet heb ik in de J2 ingebouwd, afgesteld en hij start met moeite (bougie nat), maar eenmaal gestart slaat-ie dan meteen weer af wanneer er gas gegeven wordt. Bougie ziet er dan goed uit, zei het een beetje vochtig. Ik ga binnenkort de magneet er weer uithalen en de oorsrponkelijke weer inbouwen (die heeft een bright spark condensator – meer daarover in RE-garage uit 2014). Van de reserve magneet weet ik niet wat voor condensator er in zit, mogelijk nog de originele Lucas condensator van inmiddels bijna 70 jaar oud. De reparatie is dus terug naar af. Originele sproeier bezetting  en originele magneet. Alles goed afstellen en weer proefdraaien. Daarna wat systematischer te werk gaan. Eén ding tegelijk aanpassen en weer proefdraaien. Alles noteren. Er gaat heel wat tijd inzitten, maar ik ben met pensioen en heb toch niets anders te doen.

Maar in de tussentijd gebeurt er meer. Ik heb op de Crusader als laatste van de 4 gekentekende Enfields een Car plug adaptor (sigaretten aansteker doos voor de rokers onder ons) geplaatst, zodat ik ook daar mijn Garmin GPS kan aansluiten. Daarbij heb ik netjes de accu weer aangesloten met – aan massa en + naar het contactslot. FOUT. STOM.
Toen ik laatst een eindje wilde rijden en het contact aanzette, kwam er rook uit de digitale voltmeter (van Hans Beck) in de koplamp. Meteen weer contact uit. Een kwestie van seconden, maar te laat. De Crusader heeft als enige de + aan massa en dan maak je (ik tenminste wel – altijd eerst doen en dan denken) gauw een fout.

Ik heb dit hersteld en weer het contactslot aan, maar opnieuw rook. Hans Beck heeft de kapotte voltmeter nagekeken en defintief afgeschreven. De oorzaak zou een overspanning kunnen zijn of het verwisselen van + en – . Of misschien beide?
Bij het verwijderen van de voltmeter zag ik dat er een isolatie van kabels in de koplamp was doorgesleten en dat er daar een mogelijke kortsluiting kon zijn geweest of zou kunnen komen. Ik heb het nu extra geïsoleerd met een stuk fietsband dat ik met tie-wraps heb vastgemaakt.

Vroeger was een zekering nauwelijks nodig want er waren op de toeter na geen gevoelige apparaten in het systeem. Bij de huidige elektronische ontstekingen, regelaars, meters, gps-en is dat wel anders. Ik dacht dat ik alles gezekerd had, maar er miste er 1 en wel een belangrijke tussen de accu en het contactslot (de hoofdzekering). Ik had wel een zekering bij de toeter, bij de elektronische regelaar en nu natuurlijk ook bij de nieuwe car plug adaptor. Elk systeem moet minstens 1 hoofdzekering hebben. Verder zou ik bij alle (dure) elektronische apparaten een extra zekering plaatsen. Wanneer je nu nieuwe zekeringen moet plaatsen zou ik gaan voor de steekzekeringen die ook in moderne motoren en auto’s gebruikt worden en die je overal kan krijgen. Zelf heb ik op veel plekken nog glaszekeringen en dan is het handiger om overal dezelfde te hebben. Glaszekeringen zijn op internet  nog volop verkrijgbaar evenals de (vliegende) zekeringhouders.
Er wordt dus nog steeds gesleuteld, maar ook gereden, zoals op treffens, bij ritjes in de omgeving, toertochten en naar clubdagen.
Zie voor meer foto’s royalenfield-info.nl .

2015 februari - Ontsteking afstellen en Carburateur repareren


Na het repareren van de magneet moest deze nog in de motor geplaatst worden. In gedachten zag ik al dat dit met het zijspan er naast een vervelende klus zou worden. Je kunt er zo moeilijk bij.
Ik heb eens lang zitten piekeren wat ik zou kunnen doen om dit gemakkelijker te laten gaan. Bij de solo motorfietsen gebruik ik een hefbrug, zodat je overal bij kunt. Voor het zijspan moet je dan wel een hele brede brug hebben, waarbij je bovendien het nadeel hebt dat zo'n hefbrug waarschijnlijk toch rechthoekig is waardoor je dus nog niet gemakkelijk tussen zijspan en motor in kunt komen.
Voor auto's zag ik allerlei oprij-bruggen,
die de auto zo'n 30 tot 40 cm van de grond brengen. Met dat in gedachte heb ik 3 kubussen gefabriceerd van 30x40x40cm van underlayment, een soort sterke en veerkrachtige multiplex. Je snapt het al, onder elk wiel 1 kubus. Tussen twee van de kubussen zit een verbindingsplaat, die ik kan verwijderen zodra de motor op zijn plaats staat. Uiteindelijk staat de motor ruim 40 cm hoger, elk wiel op een stukje hout van 30 x 40 cm. Deze ruimte is ook goed te gebruiken om gereedschap of onderdelen neer te leggen. Eronder heb je een zee van ruimte.
Over de oprijplaat heb ik ook lang nagedacht – zelf maken of zelf kopen. Het is het laatste geworden, ook al omdat ik dacht dat ze bij een aanhanger ook goed te gebruiken zijn. Op internet vond ik een oprijplaat die 200 kg kan dragen, ca. 2 meter lang is en voor wènig. Twee van die platen maken nu onderdeel uit van mijn zijspan brug, die dus ook voor een solo motor te gebruiken is. Aangezien de motor van de combinatie niet werkte moest ik samen met de vrouw de combi er op duwen en trekken, dat viel niet mee, maar ging toch gemakkelijker dan ik dacht.
Het is inderdaad een stuk gemakkelijker sleutelen en je kunt goed bij de hele onderkant van de motor en van het zijspan komen. Het nadeel is dat nu de hele garage geblokkeerd is. Er kan niets meer in of uit. Ik moet dus opschieten, wil ik nog rijden.
Eindelijk kan de ontsteking worden afgesteld. Specificaties voor het afstellen zijn verzameld:
De afstand van de bougie punten is ca. 0,5 mm, de contactpuntjes hebben een grootste afstand van 0,3 mm, het ontstekingstijdstip 5/15” = 7,93 (8) mm voor het BDP (bovenste dode punt) bij volledige voorontsteking.
De te doorlopen stappen zijn als volgt:
  1. draai motor naar BDP bij gesloten kleppen (beide stoters vrij draaiend)
  2. draai motor achteruit om het het ontstekingstijdstip van 8mm BDP te vinden
  3. draai het contact breker blok met de klok mee totdat puntjes net open gaan
  4. zet magneet tandwiel vast
  5. controleer de instelling
Wanneer je niet een speciaal afstel gereedschap hebt is het lastig om dit tijdstip te bepalen, zeker met een zijspan dat in de weg zit. Bovendien zit het bougiegat van de J2 nogal verstopt achter de koelribben van de cilinder.
Ook hier heb ik over nagedacht en een eenvoudig hulpgereedschapje gemaakt, bestaande uit een draadeind van ca. 11 cm, dat net door het bougiegat past, met 2 moeren, een buisje van ca. 4,3 cm en een buisje dat precies 8 mm korter is. Ook gemakkelijk mee te nemen voor onderweg. Misschien wordt de volgende uitvoering wel gemaakt met doorzichtige plastic buisjes. Dat lijkt me nog handiger, omdat je kunt zien wat er gebeurt.
Eerst wordt het hoogste punt van de zuiger (BDP) bepaald (1). Hiervoor wordt het draadeinde gebruikt met daarop aan het eind de 2 moeren. Het draadeind wordt door het langste buisje heen in het bougie gat gestoken. De zuiger wordt naar het hoogste punt gebracht en gecontroleerd wordt of de kleppen allebei gesloten zijn (stoters moeten los draaien). Als dat het geval is wordt er een moer tegen het buisje aan gedraaid. Na een controle kan de moer gelockt worden met de tweede moer.



Zodra dit gedaan is, is het BDP bepaald en kan het draadeinde met het buisje verwijderd worden.
Om het ontstekingstijdstip te bepalen (2) wordt het draadeinde, maar nu met het kleinste buisje, weer in het bougie gat gestoken. Boven het buisje is nu een stukje blank draadeinde te zien van 8 mm tot de vastgezette moer. Draai het achterwiel achteruit totdat dit blanke stukje draadeind is verdwenen. Nu moet de zuiger door het achterwiel weer vooruit te draaien naar de juiste stand gebracht worden zodat de moer nog net tegen het buisje aan blijft zitten. Wanneer dit is gedaan is het ontstekingstijdstip gevonden.
Hoe bepaal je 'volledige voorontsteking'? Bij de Lucas magneet van de J2 is het zo dat de kabel aan de linkerkant van het armatuur zit, gezien vanuit de contactbreker kant. De kabel beweegt de achterplaat en veranderd daardoor het ontstekingstijdstip. De algemene regel is dat volledige voorontsteking tegengesteld is aan de rotatierichting van de magneet (contactbrekerblok). In dit geval draait de magneet, gezien van de contactbreker kant, met de klok mee. Dit betekent dat volledige voorontsteking met de kabel naar beneden is of op het stuur een gesloten manette. Bij andere magneten en andere locatie van de kabel kan dit dus anders zijn.
Daarna moet het contactbrekerblok met de klok mee gedraaid worden totdat de puntjes net open gaan (3). Dit kan o.a.
gecontroleerd worden door het aloude vloeitje (of ander dun stripje) tussen de puntjes te doen en hieraan een beetje te trekken terwijl het contactbrekerblok met de klok mee wordt gedraaid. Zodra het vloeitje loskomt is het juiste punt bereikt en gaan de puntjes open. Je kunt ook een lamp(je) met een voeding (bijvoorbeeld de door mij eerder beschreven 12V computer voeding) tussen de puntjes te schakelen. De lamp brandt dan zolang de puntjes gesloten zijn en dooft wanneer deze net open gaan. Zeker met zo'n zijspan dat in de weg zit is zo'n lamp heel handig.
Nu kan het aandrijftandwiel op de magneet worden gefixeerd (4), eerst door een tik met de rubber hamer (een beetje lock-tite is ook niet overbodig) en daarna door het aandraaien van de bevestigingsmoer, waarbij de motor wordt geblokkeerd door de versnellingsbak in de 1e versnelling te zetten. Hierna wordt gecontroleerd (5) of door het vastzetten van het aandrijftandwiel de instelling nog steeds juist is.
Als alles OK is kan het timing deksel weer teruggeplaatst worden en is de motor klaar voor de 'proof of the pudding', het starten en rijden.

Bovenstaand verhaal schreef ik in september 2014 en sindsdien heb ik wel gestart wat geen onverdeeld succes was. Het starten zelf ging nog wel goed, maar bij een beetje gas geven hokte en stotterde de motor vreselijk. Ik dacht al dat er toch iets met de magneet of afstelling daarvan mis was. Ik heb wel 3 keer de afstelling gecontroleerd en zelfs de magneet diverse keren verwijderd en gecheckt. Het leek allemaal goed, voor zover ik dat kon beoordelen, maar stotteren bleef. Daarna had ik door persoonlijke omstandigheden geen tijd om verder naar de J2 te kijken.
Tot vandaag 11 februari 2015. Via de mail had ik zo her en der wel advies gevraagd, maar John Stephenson wees me op carburatie problemen. Ik had daar niet aan gedacht, omdat ik daar helemaal niet aangezeten had. Maar goed, vandaag de carburateur bekeken en ik zag of voelde eigenlijk meteen dat de gasschuif niet met de kabel mee omhoog ging. Zat het kabeltje los?
Ik heb de carburateur van de cilinder afgehaald en het dekseltje waarop de gaskabel en de kabel van de luchtschuif zit verwijderd.
Tot mijn grote verbazing miste er een deel van de gasschuif. Die zat nog steeds voor de luchtinlaatopening. De kabel trok dus alleen het achterste deel, aan de kant van de cilinder mee omhoog en het afgebroken stuk blokkeerde de luchtinlaat. Hierdoor ging het natuurlijk ook mis bij het gas geven. Wel meer benzine, maar geen zuurstof extra. Hoe kan zo'n gasschuif nu kapot gaan? Er wordt totaal geen kracht uitgeoefend op de schuif en hij bewoog gemakkelijk heen en weer. Zou de toevoeging van methanol aan benzine, waardoor er na langer stilstaan een kleverige substantie kan ontstaan er iets mee te maken hebben? Of misschien gewoon een kwestie van metaalmoeheid of ouderdom? Ik heb geen idee hoe oud deze gasschuif was, misschien ook wel uit 1948 en dus 67 jaar oud. Tijd om met pensioen te gaan.
Eigenlijk was ik blij dat dit het was. Dan was tenminste de kans dat er niks met de magneet aan de hand was een heel stuk groter. Gelukkig kwam er bij de J2 een hele doos vol met onderdelen waaronder een bijna complete carburateur en een zo te zien nieuwe gasschuif. Deze gasschuif paste niet in het tot nu toe gebruikte carburateur huis, maar wel in de reserve. Ik heb m.b.v. de reserve onderdelen een nieuwe carburateur in elkaar gezet en deze weer gemonteerd met dezelfde sproeiers en sproeiernaald. Na een korte teststart bleek dat de motor weer goed reageerde. Waarschijnlijk moet er nog een beetje worden getuned, maar dan zijn we eindelijk weer klaar voor de weg.

2014 Voorjaarstreffen Zelhem



Ik had er zin in, met de J2-combo, naar het voorjaarstreffen in Zelhem.
Rond kwart voor tien in de morgen ging ik op pad. Een mooie route voornamelijk langs de lek richting Oosterbeek, waar ik de weg over de Posbank zou nemen.

Het was redelijk rustig op de dijk tussen Vreeswijk en Amerongen. Daarna ging de weg over in een N en werd het wat drukker. Even na twaalven kreeg ik trek in een broodje en wat drinken. Ik was inmiddels in Renkum aangekomen en vond een mooi parkeerplekje langs de weg. Toen ik gestopt was en de motor had uitgezet rook ik de benzine. Het spoot uit de carburateur. Gauw de kraan dicht...
PVB (net alternatief voor een vloek). Na een visuele controle blijkt de benzine uit de vlotterkamer te komen. Dus het dekseltje van de vlotterkamer verwijderd en tot mijn grote verbazing dreef de vlotter gewoon bovenin de vlotterkamer. Normaal gesproken trekt de vlotter de vlotternaald mee omhoog en sluit dan de benzine toevoer aan de onderkant af. Dit kan doordat de vlotternaald wanneer hij door de vlotter heen steekt aan de bovenkant wordt geklemd. Het klemmetje werkte blijkbaar niet meer. Het is een ovaal gebogen overlappend stukje koper waar in beide delen een gat zit waardoor de naald heen past. Beide overlappende delen zijn enigszins verschoven waardoor de naald geklemd kan worden in een groef. Ik heb eerst geprobeerd om het klemmetje weer beter te laten klemmen, maar zonder resultaat. Het bijkomend probleem was ook dat je er zo verrot moeilijk bij kon, omdat de zijspanbak aan de linkerkant, dus de kant van de vlotterkamer zit. Toen heb ik, McIver gedachtig, een list verzonnen, in de vorm van een stukje tie-wrap waarin ik een gaatje heb gesneden met een hobbymesje.
Dit leek te werken, totdat ik het dekseltje weer op de vlotterkamer deed, toen spoot de benzine er weer uit. Na een uurtje prutsen heb ik het opgegeven en de pechhulp gebeld, die er over een half uur zou zijn. Zou.... het werd een uur. Inmiddels was het 3 uur in de middag. De monteur vond het idee van de tie-wrap wel aardig en is daarmee verder gegaan. Ook hij gaf het na een uur echter op en belde de recovery truck waarmee de motor naar een depot gebracht zou worden en pas 3 werkdagen later thuis zou worden afgeleverd. Ik zou dan met de taxi de 120 km naar Zoetermeer afleggen. Ineens zei de monteur ik probeer het nog 1 keer en je raadt het al, geen benzine fontein meer. Toen de sleepwagen kwam zei ik tegen de chauffeur, jammer, maar net te laat....

Gezien de tijd 16:30 besloot ik om niet door te rijden naar Zelhem, maar om te keren naar huis waar ik om kwart voor acht 's avonds zonder problemen aankwam.
Die avond sliep ik dus lekker in mijn eigen bed – ik was helemaal op na 250 km zijspan rijden. Toch wilde ik nog naar Zelhem en besloot dat heel fout met de auto te doen en geen motor mee te nemen.

Dus alle spullen uit de zijspanbox in de auto geladen en net voor de middag richting Zelhem. Deze keer wel in één keer gehaald. Toen ik aankwam stond de zaterdag toerrit op het punt van vertrek en kon ik nog net vrienden en bekenden begroeten. Blijkbaar was ik al gemist, omdat andere treffen gangers mij onderweg hadden zien rijden, net voordat ik pech kreeg. Na terugkomst van de toerrijders was het weer een heel gezellige avond rond het kampvuur, want hoewel het droog was begon het toch wat af te koelen, ondanks de hoeveelheid inwendige verwarming. Zowel vrijdag als zaterdag zijn droog verlopen, maar zondag begon met miezer en daarna regen. Stiekem was ik toen wel blij dat ik met de auto was....

Het treffen, deze keer in combinatie met de MZ club, was fantastisch en een succes, dankzij de goede locatie en natuurlijk de organisatie door Peter van der Putten.
Nu, de maandag daarna, is de motor weer gerepareerd. Ik had nog een nieuwe vlotter liggen met een goed klemmetje. Hij is weer klaar voor het volgende treffen, de 3e week van Augustus in Kotten.



2011 Winter J2 1948 carburateur




Je hebt al een hele tijd geen nieuws ontvangen uit de RE-garage. Dat kan vaak komen omdat alles goed gaat of dat er niets te melden is. Welnu, dat klopt,
bijna, tot nu toe.....
Na ons treffen in Rilland met Bullet en mijn zomervakantie in september
zonder ben ik regelmatig met de J2 op pad geweest in het Groene Hart
net buiten mijn woonplaats. Omdat zoals ik in het vorige stukje
verhaalde de J2 wel wat beter liep, maar nog steeds niet goed, heb ik
uiteindelijk de hele carburateur vervangen door de carburateur van de
andere J2, die nog steeds op zijn (haar?) herleving staat te wachten.
En dat heeft geholpen. De bougies worden niet meer zwart en starten gaat een stuk beter. Het rijden is een ware vreugd, mede dankzij de comfortabele voorvering en de enorme trekkracht van de motor. Een ander punt van aandacht was de vele olie die de motor lekte. Zoals Peter TM het zo mooi vertelde: dat de olie uit plekken kwam waar normaal gesproken helemaal geen olie hoort te zijn.
Wat bleek, de vorige eigenaar had een fantastische constructie gemaakt voor de carter ontluchting. Het pijpje uit het carter gaat komt met een boogje achter de primaire kettingkast vandaan en gaat via een drukventiel
(?) of kraantje naar de primaire kettingkast. Omdat die olie echt overal vandaan kwam, kwam ik na veel overpeinzingen tot de conclusie dat misschien het kraantje dicht zou zitten of in ieder geval niet vergenoeg open.
Ik heb het een klein beetje opengedraaid, het blok helemaal van olie gereinigd en toen weer diverse keren het Groene Hart ingereden. Het effect was wonderbaarlijk, geen olie meer, behalve af en toe een drupje. Soms duurt het even, maar uiteindelijk presenteert zich een oplossing.
Toen het tussendoor zo nu en dan wat natter was heb ik ook de motor voorzien van de nodige transfers. Al geruime tijd geleden was de motor gespoten en had ik een bies op de tank getrokken. De transfers, die door de vorige  eigenaar al waren gekocht, moesten nog aangebracht worden. Het eerste wat ik gedaan heb is uitzoeken om wat voor transfers het gaat. Er zijn namelijk bij de bekende handel (Hitchcock's, de REOC en Pelders) verschillende typen transfers verkrijgbaar. Hitchcock's heeft voornamelijk stickers en water-transfers, Pelders water-transfers en de REOC heeft transfers die met alcohol (spirit) moeten worden aangebracht. Uit de documentatie, die bij de motor zat, maakte ik op dat de transfers die ik wilde aanbrengen (tank, luchtfilter en gereedschapstrommels) van het type alcohol waren (dat spreekt me op de een of andere manier ook wel aan). De werkwijze is dan als volgt: maak het oppervlakte goed schoon met (schoonmaak) alcohol van minstens 75%, verwijder het beschermpapiertje en het dikke bakpapier, wrijf het transfer goed in met de alcohol, plaats het op de juiste plek, druk het goed aan en wrijf de luchtbellen goed weg.
Na een nacht drogen kan de drager van het transfer met lauw water op een zachte doek worden verwijderd en hopelijk blijft de transfer netjes zitten. Wanneer dit na nog een nacht goed droog is kunnen de transfers beschermd worden met een blanke lak. Ook dit vraagt weer nader onderzoek en hier komen de resultaten. Je moet een langzaam drogende blanke lak hebben en dat zijn dus niet de algemeen in de autohandel (Halfords) verkrijgbare blanke autolakken. Die zijn sneldrogend en hebben tot gevolg dat de transfer gaat barsten. Ook mag het geen lak zijn op basis van cellulose, omdat dat de transfer weer kan oplossen.
Je kunt de lak aanbrengen met de kwast of kiezen voor de snelle manier van een spuitbus. Ik heb voor die laatste optie gekozen, omdat mijn schilderwerk met de kwast meestal tot strepen leidt, terwijl na enige oefening en ook het in praktijk brengen van geduld, hetgeen normaal gesproken niet tot mijn betere eigenschappen behoort, het resultaat met een spuitbus beter is.
Nu gaat het er om om de juiste langzaam drogende spuitlak te verkrijgen. Bij verschillende bouwmarkten en autohandel zijn meestal spuitbussen van het merk Motip Dupli verkrijgbaar. Ik ben dus gaan zoeken op de site van Motip Dupli en kwam op de volgende twee blanke lak series uit, die mogelijk zelfs dezelfde lakken betreft in een ander jasje.
De serie Blank lak hoogglans Motip 01603 en de serie (Duplicolor) Trendy Color Blanke Lak Hoogglans 15056 . Zowel Halfords, de autovakhandel, als de bouwmarkten hadden de Motip lak niet of niet in voorraad. Bij Gamma kon ik wel de Trendy Color blanke lak spuitbus kopen. Ik heb zowel de hoogglans als de zijdeglans spuitbus meegenomen, maar ben uiteindelijk met de hoogglans aan de gang gegaan.
De kenmerken zijn volgens de technische beschrijving o.a. Goede vulkracht , duurzame glans, krasvast en stootvast , bestand tegen benzine, chemicaliën en weersinvloeden, goede corrosie wering en uitstekende hechting . Daarbij is de lak stofdroog na 30 tot 60 minuten , kleef vrij na 3 tot 4 uur en uitgehard/overspuitbaar na 24 uur. Bovendien is de lak nog eens hittebestendig tot 110°C . Door de langere droogtijd moet je wel werken in een stofvrije omgeving, maar dat geldt eigenlijk ook, maar in mindere mate, voor de sneldrogende acryl lakken.
Waar je wel op moet letten is dat deze lak niet overschilderbaar is met lakken op basis van acryl of cellulose. Andersom kan deze lak wel over die andere lakken
heen. Aangezien de basis van de J2 gespoten is in acryl lak is dit dus de ideale combinatie. Mijn lak schema ziet er als volgt uit: frame schilderen of spuiten met Hammerite. Dit is een lak op siliconen basis, voorzien van glasparels waardoor het keihard is. Het is met geen enkele andere lak (behalve die op siliconen basis)
overschilderbaar. Al het blik dekkende in kleur (zwart?) spuiten met lak op acryl basis en uiteindelijk afspuiten met blanke lak op basis van alkyd. Natuurlijk moet er ook een grondlaag gebruikt worden, maar die is nogal afhankelijk van de staat van het ijzerwerk. De website van Motip is trouwens een bron van informatie. Voorlopig staan de meeste brommers echter goed in de lak waardoor dit weer even kan rusten.
Terug naar de transfers. Ik heb de transfers, zoals hiervoor beschreven, aangebracht op beide tankzijden, bovenop de tank, op het luchtfilterkastje en op de kleine trommeltjes bovenaan en aan weerszijden van het achterwiel. Ik ben
weer tevreden over het resultaat.

Zolang het weer het toeliet heb ik de motor steeds zonder problemen uitgelaten en in de kerstvakantie ben ik met het nodige onderhoud
begonnen. Maar zoals altijd gaat het gewoonlijk goed zolang ik maar
nergens aan zit (het bekende spreekwoord “wat zijn ogen zien maken
zijn handen kapot” is hier van toepassing). Maar de olie en het vilten oliefilter (hetzelfde als dat van de Bullet) moesten nu eenmaal vervangen worden. Juist nu is dat belangrijk omdat de motor
net is ingereden en er mogelijk metaaldeeltjes in de olie of liever in de filters zouden kunnen zitten. Dus op een goede (eigenlijk minder goede) dag de beide olie aftap pluggen onder het blok losgedraaid en de olie in een bak opgevangen, daarna het filter verwijderd.

De opgevangen olie bevatte wat aluminium schilfertjes. Waarschijnlijk afkomstig van het inslijten van de gereviseerde motor. Ik weet niet uit welk filter deze afkomstig zijn, maar in ieder geval hebben de filters hun werk gedaan. Ik ga het de komende tijd in de gaten houden. Het vilten filter is door een nieuwe vervangen en de zeefjes zijn gereinigd. Maar nu komt het....
 Bij het weer terugzetten en aandraaien van de aftap pluggen voelde ik plotseling geen weerstand meer. Afgebroken... @%^&##%!!! (zoals je ziet vloek ik alleen digitaal). Zo'n aftap plug is voorzien van een enorme moer waarop alleen maar enorme sleutels passen, waardoor je je kracht niet goed kunt reguleren en blijkbaar teveel kracht zet. Op bijgaande foto is te zien dat het oliepijpje bij het zwakste punt, het gaatje, compleet getordeerd is en ik kan me niet voorstellen dat
dit van 1 of 2 keer vastdraaien is gekomen. Maar goed na wat gehuil en geween en een tijdje sacherijnig te zijn geweest, ben ik eens gaan nadenken hoe ik de andere helft die nog steeds in het blok zat er uit zou kunnen krijgen. Nou, dat viel gelukkig mee, want met een punttang kon ik de holle bout vastpakken en uit het blok draaien. Weer een pak van mijn hart, het valt allemaal niet mee, zo'n oude motorfiets onderhouden... Ik vraag me wel eens af waarom ik dit zo leuk vindt.

Nu nog eens zien of Hitchcock's zo'n onderdeel verkoopt en gelukkig was dit het geval. Partnumber 13919 is gewoon verkrijgbaar en ik heb vlak voor kerst er meteen maar 2 besteld, met de nodige fiber ringetjes. De eerste werkdag van het nieuwe jaar kreeg ik het verlate kerstcadeautje. Nu nog monteren.

Ik heb meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om de oliesmering van de J2 eens in een tekeningetje te zetten 'ter leeringh ende vermaeck' van mezelf, maar ik wil je dit niet onthouden. Het principe is zo goed als hetzelfde als dat voor de latere Bullets. We beginnen links onder in de tekening, in het reservoir (de olietank). Van daaruit trekt de dubbelwerkende oliepomp de olie door het zeefje (oil filter) via het vilten oliefilter door het kanaaltje in het timingdeksel naar het big end, de lagers, de zuiger en de onderkant van de cilinder.
Een tweede oliespoor gaat naar de andere (onder)kant van de cilinder (volg de pijltjes). De olie wordt door de zuiger verder verspreidt en valt daarna terug in de sump, de tijdelijke opvang (vandaar dry-sump systeem). Vanuit de sump wordt de olie via het 2e oliezeeffilter door het rechter deel van de oliepomp helemaal naar boven de cilinder gestuwd, voor smering van de tuimelaars. Van daaruit valt de olie via
de stoterstang behuizing in het timingcompartiment (timing case), waar het de stoters en nokken smeert. De olie wordt door de tandwielentrein in het timing compartiment naar boven getransporteerd waar het via een kanaaltje weer terug in het reservoir komt, waarna de cyclus zich weer kan herhalen. Eenvoudig maar doeltreffend. Na dit oliecollege krijgt het verhaal dus gelukkig weer een happy end.

2011 winter J2 1948 carburetor




You received no news from the re garage for a long time. That could be that everything went well or that there is nothing to communicate. Well now, that is correct, almost, so far .....
After our rally in Rilland with Bullet and my summer holiday in September I have been regular on the road with J2 in the green heart of Holland just outside my place of residence. Like I told you in the last post the J2 ran somewhat better, but still not good; eventually I did replace the complete carburetor by the carburetor of the other J2, which still waits on its revival.
And that has helped. The spark plugs become no longer black and starting has improved. Driving is a real joy, thanks to the comfortable front suspension and the enormous torque of the engine. Another point of attention was the lot of oil leaking out of the engine. Like Peter TM nicely observed: that oil comes out of places where normally no oil should be.
What proved to be the case, the previous owner engineered a fantastic construction for the crankcase breather. The tube from the crankcase loops behind the primary chain case and goes by means of a pressure valve (?) or tap to the primary chain case. Because of the oil coming out really everywhere, I reached to the conclusion after many contemplations that perhaps the tap was closed or blocked.
I opened it up a bit, cleaned the entire engine of oil and then had several runs into the green heart. The impact was miraculous, no more oil, except from time to time a droplet, as can be expected with an old British motorcycle. As you see, sometimes it takes a while, but eventually a solution presents itself.
When it was even wetter then usual this summer I provided the bike with the necessary decals. For a long time the tinware had been sprayed and I had painted a lining on the tank. The decals, which had already been bought by the previous owner, had still to be applied. The first thing I did was to determine what kind of decals they were. There are, as it happens, at the renowned traders (Hitchcock's, the REOC and Pelders) several types of decals available. Hitchcock's have mainly stickers and water slides, Pelders water slides and the REOC have transfers which must be applied with alcohol (spirit). From documentation that came with the decals which I wanted to apply (tank, air filter and tool box) I concluded they were of the alcohol type (strangely that appeals to me in a special kind of way). The working method is as follows: clean the surface well with (cleaning) alcohol of at least 75%, remove the protecting paper and the thick backing paper, soak the decal well with the alcohol, place it on the correct spot, press it very well and rub the air bubbles away. 
After a nights drying the carrier of the transfer can be gently removed with lukewarm water and hopefully the decal continues to sit tidy. When this is done after still a nights well drying the decals can be protected with a clear varnish. Also this has to be researched and here are the results. You must use a slowly drying clear lacquer and the general available clear varnishes in the car trade (p.e. Halfords) are no good. They are quickly drying and will result in the decal breaking and bursting. Also no lacquer can be used on the basis of cellulose, because that can absolve the decal.
You can introduce the varnish with the brush or choose for the fast way of an aerosol. I have chosen for that last option, because my paint work with the brush generally leads to drip lines, whereas after only a bit of exercise and also the practicing of patience, which normally does not belong to my better properties, the result with an aerosol will be better.
Now I need to obtain the correct slowly drying clear varnish. At several DIY markets and car trades generally aerosols of the mark Motip Dupli are available. I therefore had a look on the site of Motip Dupli and ended up with the following two clear lacquer serials, which possibly are even the same in a another jacket.
The serial clear lacquer high gloss Motip 01603 and the serial (Duplicolor) Trendy Color Clear Varnish High gloss 15056. Both Halfords, the car trade, and the DIY markets did not have the Motip lacquer in stock. In the end I could buy, however, the Trendy Color Clear Varnish aerosol at a DIY. I both bought the High Gloss and Brilliance Matt aerosol, but eventually I had a go with the the high gloss.
The characteristics are according to technical description among other things good filling, durable brilliance, hard surface, resistant against petrol, chemical influences, good anti corrosion and excellent joining. Thereby the lacquer is dust free after 30 up to 60 minutes, touch free after 3 up to 4 hours and hardened/respray-able after 24 hours. Moreover the varnish is even heat-resistant to 110°C. But you must, however, work in dust-free surroundings, but that applies in fact also, but to a lesser degree, to quick drying acrylic based paints.
Where you must pay attention to, however, are that these lacquers are not repaint-able  with paint on the basis of acrylic resin or cellulose. The other way around it is possible to repaint these with the high solid (Alkyd) paint. 
Since the basis of the J2 is sprayed in acrylic resin lacquer this is therefore the ideal combination. My paint diagram is as follows: frame paints or sprays with Hammerit. This is a silicones based paint, provided with glass pearls as a result of which it is rock-hard. It is NOT repaint-able with any other type of paint (except those on silicones basis).
All the tin ware is covered in colour (black?) with lacquer on acrylic resin basis and eventually the last layer with clear varnish on the basis of alkyd. Of course an undercoat must be used, but that is rather dependent of the state of the metal. The Internet site of Motip is as a matter of fact a source of information. At the present most of the bikes are, however, well painted as a result of which this can rest for now.
To the decals. I have applied the decals, as previously described, on both tank sides, on top of the tank, on the air filter case and on the small tool box on top of and on both sides of the rear wheel. I am satisfied with the result.
As long as it was possible (weather wise) I have always run the bike without problems and in the Christmas holidays I have started the necessary maintenance. But like always it goes usually well as long as I don't touch anything (what my eyes see my hands distroy as a well-known proverb goes). But oil and felts had to be replaced (the same as that of the Bullet). Especially important now because the engine has just been run in and there could  possible be metal particles in the oil or rather in the filters. Therefore on a good (in fact less good) day both oil strainer plugs under the engine were unscrewed and the oil caught in an oil pan.
The oil contained some aluminium chips. Probably they originate from the overhauled engine. I don't know from which filter these came, but in any case the filters have done their work. I will keep a close eye on it the coming months. Felt filter was replaced by new and the small strainers have been cleaned. But now it comes.
At putting back and tightening the plug I felt suddenly no more resistance. Demolished, @%^&##%!!! (as you sees I curse only digital). These plugs have enormous nuts on which only an enormous wrench can be uses, as a result of which you can't regulate your applied strength that well and apparently too much applies to much strength. On the enclosed photograph you see that the oil pipe are at the defect, the hole, completely twisted and I cannot imagine that this is the result of 1 or 2 times loosening these plugs. But well, after some screaming and crying and a spell of bad temper, I once will think how I can remove the other half which still crams in the engine. Well, that turned out easier than expected, fortunately, because with a point grip I could grip the hollow bolt and twist it from the engine. A relief, it is not easy, maintenance of such an old motorcycle, I wonder sometimes why I like this anyway.
Now once more look if Hitchcock's sells such a component and luckily he did. Partnumber 13919 is simply available and I have ordered 2 two days before Christmas, together with the necessary fibre rings. The first working day of the new year I got the late Christmas present. Now still to assemble.
I took the occasion of putting the lubrication system of the J2 in a picture 'to learn and amaze' myself, but I do not want to withhold this from you. The principle is nearly the same as that for the later Bullets. We start left under in the drawing, in the reservoir (the oil tank). From there the double working oil pump passes oil through the small strainer (oil filter), by means of the felt oil filter by the passages in the timing cover to big end, up to the bottom of the piston and the lower part of the cylinder. A second oil track goes to the other side of the lower part of the cylinder (follow the darts). Oil is spread by the piston and drips back into the sump, the temporary hold (hence dry-sump system). From the sump the oil is pumped through the 2nd oil strainer filter by the oil pump entirely to the cylinder top, for lubrication of the rockers. From there the oil drips by means of the push rods in the timing compartment (timing case), where it lubricates the cams. Oil is transported upwards by the cog wheel train in the timing case where it returns by means of passages to the oil tank, whereupon the cycle can repeat itself. Simply but effective. After this oil college the tale gets therefore fortunately a happy end.

2011 Juli J2 1948 first run....


Eindelijk weer een klassieker on the road....
Mijn J2 uit 1948 is eindelijk min of meer rijklaar. Er moet nog wat getuned worden, maar hij rijdt en hoe.....

De J was de eerste naoorlogse (2e wereldoorlog voor de jongeren onder ons) 500cc kopklepper die Royal Enfield op de markt bracht. In feite een voortzetting van de vooroorlogse 500cc, maar nu voorzien van Enfield's eigen telescoop voorvork. Twee jaar later kwam daar de J2 bij, gewoon een 500cc met 2 uitlaatpoorten, volgens mij voornamelijk voor cosmetische redenen: het ziet er wel sportief uit, maar of het ook in performance scheelt weet ik niet. Ik kan wel bevestigen dat de J2 trekt als een tractor en de 'moderne' Indiase Bullet wellicht de baas kan. Ook de J2 is trouwens afgeleid van een vooroorlogs model, de Bullet 500. Deze had echter ook twee uitlaat kleppen, terwijl de J2 van 1948 er maar 1 heeft. Volgens de 'dating' bij de Engelse club is deze J2 een originele Nederlandse motorfiets en is in 1948 geleverd aan R.S. Stokvis en zonen te Rotterdam, de toenmalige importeur. Om de een of andere reden heeft de J2 in 1954 het huidige kenteken gekregen, waarbij tevens een heel vreemd framenummer is geregistreerd. Dit framenummer zit aan de zijkant van de bovenste framebuis onder de tank en is dus bij een controle niet te bekijken zonder de tank te verwijderen en dat is niet 1,2,3 gedaan. Het nummer is volgens mij (en anderen) het onderdeel of materiaal nummer van de buis.
Over deze telescoop vork heb ik al eerder in het Bulletin geschreven. De werking is in vergelijking met de Webb voorvork een fenomenale verbetering. Het rijdt als een vorst. Moest ik eerst met Coby (WD/CO/B) voorzien van Webb voorvork bij elke hobbel afremmen, met de J2 kan ik er moeiteloos overheen.
Het voelt alleen vreemd aan omdat het achterframe opgeveerd is. Het lijkt op een hobbelpaard, maar dan anders.

De hele winter, eigenlijk tot nu toe, ben ik bezig geweest met de J2. Het eerst alles goed afstellen, de ontsteking en carburateur. Dat laatste gaf en geeft nogal wat problemen. Aanvankelijk was het starten ontzettend moeilijk en leek de Amal 276 carburateur op alle fronten veel te rijk te lopen.

Te rijk, betekent een gasmengsel met teveel benzine t.o.v. de zuurstof.
Een carburateur zorgt er voor dat er bij elke snelheid van de motor het juiste gasmengsel in de richting van de bougie geneveld wordt. Bij verschillende standen van het gas worden er verschillende onderdelen van de carb gebruikt. Bij het starten wordt een aparte start voorziening gebruikt. Bij de J2 is dat een kanaaltje dat met een schroef (deels) kan worden afgesloten, de luchtregelschroef. Indraaien van de schroef geeft een rijker mengsel (minder zuurstof) en uitdraaien een armer mengsel (meer zuurstof). Het starten gebeurt bij een gesloten gasschuif.
Deze gasschuif heeft een uitgesneden afronding, die zuurstof doorlaat als de gasschuif gesloten is. Hoe kleiner de afgeronde opening hoe rijker en hoe groter de opening hoe armer. De grootte van de ze opening heeft effect op het eerste stukje gasgeven (van gesloten tot 1/8). Voor het starten kan de opening worden afgesloten met de luchtregelschuif, die via een manette op het stuur is te bedienen. Wanneer de schuif de opening in de gasschuif afsluit wordt het mengsel dus rijker. De luchtregelschuif hoeft dan ook alleen bij het starten van een koude motor te worden gebruikt, als dit al nodig is. Want ook het zogenaamde vlotteren, het drukken op een pennetje dat de vlotter naar beneden duwt en daardoor extra benzine doorlaat, heeft ook een 'rijker' wordend effect op het gasmengsel. Wanneer het gas meer dan een kwart geopend is, wordt het gasmengsel bepaald door de naaldsproeier en de sproeier naald. De sproeier naald zit vast aan de gasschuif en gaat dus mee op en neer. Het onderste uiteinde van de naald loopt taps toe en sluit zo steeds meer af van de opening van de naaldsproeier. Hoe groter de naaldsproeier hoe rijker het mengsel. De naald kan op verschillende niveaus in de gasschuif gehangen worden. Hoe hoger de naald hangt hoe rijker het mengsel en hoe lager, dus hoe meer hij de sproeier afsluit, hoe armer.
Bij het bijna vol gas (meer dan ¾ gas open) rijden is de naaldsproeier helemaal open en komt de grootte van de hoofdsproeier aan bod, die onderop de naaldsproeier zit. Bij de snelheden die wij (klassieker motor rijders) rijden wordt deze sproeier nagenoeg niet gebruikt en is dus van ondergeschikt belang, maar verder geldt hoe groter hoe rijker.
Na deze theorie nu even de praktijk. Het starten ging dus niet probleemloos. Ik was soms zo moe van de poging hem aan de praat te krijgen dat ik 2 dagen moest bijkomen en dat zegt weinig over mijn conditie, maar veel over het probleem. Had ik hem eindelijk aan de praat, dan reed hij bijzonder slecht en was na een stop niet meer aan de gang te krijgen. De bougies was helemaal zwart geblakerd. Na het schoonmaken lukt het (soms) na veel trappen de motor weer aan het lopen te krijgen, maar regelmatig was het letterlijk lopen.
Diverse keren heb ik de carburateur gereinigd, maar zonder veel resultaat. Na consultatie van diverse deskundigen heb ik de vlotterkamer eens onder handen genomen. De vlotter is een koperen dobbertje dat op de toegevoerde benzine gaat drijven. Door het koperen vaatje zit een vlotternaald, die aan de onderkant een taps toelopende uitstulping heeft die de benzine toevoer op een bepaald niveau afsluit, zodra het dobbertje gaat drijven. Het koperen dobbertje zit een de bovenkant met een soort klemmetje aan de vlotternaald vast. Het spreekt voor zich dat de plek waarop deze zit vastgeklemd de hoogte van de benzine in de vlotterkamer bepaalt. De deskundigen vertelden me dat een te hoog vlotter niveau ook een te rijk mengsel kan veroorzaken. Ik heb het vlotter niveau dan ook wat verlaagd door de vlotter wat lager op de vlotternaald te klemmen. Ik kreeg het idee dat het klemmetje wat verbogen was en dat daardoor de vlotter wat hoger hing dan zou moeten.
Na deze ingreep ging het starten een stuk beter, maar nog niet helemaal goed. Vervolgens heb ik de luchtregelkanaaltjes met een haar uit een borstel goed gereinigd en weer een testrit gemaakt. Het starten gaat nu goed, maar na het rijden nog steeds een zwarte bougie. Zoals gezegd heeft met name de naald en de naaldsproeier het grootste effect omdat dit het gas bereik beslaat waarmee je op de weg het meest rijdt, tussen stationair en vol gas. De naald heb ik zoals het hoort op het 2e groefje van boven gehangen, maar het resultaat was een zwarte bougie, daarna de naald op het laatste groefje, maar nog steeds veel te rijk en een zwarte bougie. Er is maar 1 type naald voor deze carburateur en die heeft type aanduiding 6/065. Op de naald die ik recent kocht bij Peter's Classic Bike Parts staat geen enkele aanduiding. Misschien is de naald niet juist of niet precies genoeg gemaakt.
Ik kan nog eens een andere naald proberen. De naald die oorspronkelijk in de carb zat is bijna 6mm langer dan de nieuwe naald. Maar wanneer ik die monteer kan hij alleen vanaf het 4e groefje gemonteerd worden, anders kan de gasschuif niet ver genoeg naar beneden en loopt hij veel te snel, omdat de gasschuif dan altijd wat te hoog staat. De motor kan zo nooit goed gelopen hebben.
Iets anders dat ik geprobeerd heb is het rijden zonder de standaard luchtfilter. Je kunt je voorstellen dat een luchtfilter de lucht wat minder gemakkelijk doorlaat. Minder lucht betekent een rijker mengsel dus theoretisch zou het rijden zonder luchtfilter een wat armer mengsel moeten opleveren, of in mijn geval iets minder rijk, want nog steeds is de bougie zwart geblakerd.
Op dit moment zijn mijn opties een beetje uitgeput. Wat ik nog wil proberen is een nieuw naald en een kleinere naaldsproeier. Voorlopig kan ik rijden, zolang ik maar een bougiesleutel, een koperborsteltje en een nieuwe bougie meeneem.

At last another classic on the road.
My J2 from 1948 is at last more or less roadworthy are. There must still be4 some tuning, but it runs and how .....
Model J was the first postwar (2e world war for the young people among us) 500cc OHV which Royal Enfield brought on the market. In fact a continuation of the pre-war 500cc, but now provided with Enfield's own telescope front fork. Two years later came thereby model J2, simply 500cc with 2 exhaust ports, according to me mainly for cosmetic reasons: it looks, however, sporting, but whether it does anything regarding performance I don't know. I can, however, confirm that J2 pulls like a tractor and the modern indian Bullet found a companion. Also J2 is as a matter of fact inferred of a prewar model, the Bullet 500. These had however also two outlet valves, whereas J2 of 1948 has but 1. According to the dating at the English club this J2 is a original Dutch motorcycle and imported in 1948 to R.S. Stokvis and Sons of Rotterdam, the then importer. For one or another reason has J2 in 1958 been re-registered an got a complete strange frame number. This frame number s located on the the side of the upper frame tube under the tank and is not therefore at free location to examine without removing the tank and this is not done easy. The number is according to me (and others) the component or material number of the tube.
Concerning this telescope fork I have written previously in the Bulletin. The functioning is in comparison with the Webb voorvork a prodigious improvement. It rides like a king. I had to slow down with Coby (WD/CO/B) using a girder fork  at each bump, while with J2 it is possible I to come across effortless.
It feels only strange because the rear frame is without any suspension. It seems like on a bumping horse, but then in a different way.
The whole winter, actually until now, I have been busy with J2. First everything only adjusting, fix the electrics and cleaning the carburettor. That last gave and gives rather some problems. Initially it starts appallingly difficult and seemed the Amal 276 carburettor ran on all fronts much too rich.
Too rich, means a gas mixture with too much petrol in regard to oxygen.
A carburettor ensures there that there is at each speed of the engine the correct mixture in the direction of the plug. At several scores of the gas several components of the carb are used. At starting a separate start supplies is used. At J2 is that a passage that can be (partly) closed by a screw , the air screw.Turn in of the screw gives a richer mixture (less oxygen) and turning out a poorer mixture (more oxygen). Starting happens at closed gas slide .
The slide has a cut out round-off, which lets through oxygen as the slide is fully closed. How smaller the cut out opening how richer and how larger the opening how poorer. The size of the opening has impact on the first bit of gas (of closed to 1/8). For starting the opening can be closed with the air valve, by means of a manette on the handle bar. When the valve is closed the opening in the gas slide the mixture becomes therefore richer. The air valve needs to be used thus only at starting a cold engine, if this is necessary at all. Because also the so-called floating, pressing on pin which pushes the float down and as a result gives extra petrol, has also a richer becoming impact on the mixture. When the throttle is opened more than one quarter, the mixture is stipulated by the needle jet and the needle. The needle is fixed to the slide and descends therefore with it. The bottom end of the needle is tapered and close this way more and more the opening of the needle jet. The larger the needle jet the richer the mixture. The needle can be hung at several levels in the gas slide. The higher the needle hangs the richer the mixture and the lower, thus the more it closes the jet, the poorer.
At the almost full gas (throttle more than ¾ open) drive the needle jet is entirely open and then is taken into consideration the size of the main jet, which is located at the bottom of the needle jet. At the speeds which we (classic bike riders) drive this main jet is not really used and is therefore of subordinate importance, but further applies the larger the richer.
After this theory now just the practice. Because of this starting did not go uncomplicated. I was sometimes so tired of the attempt to get it started that I needed I or 2 days to recover and that says little concerning my condition, but much concerning the problem. If I had it started at last, then it ran particularly bad and was after a stop difficult to start if it did. The spark plugs  had been entirely scorched black. After cleaning it (sometimes) I succeeded after much kicking to get the engine to running, but I had to walk it home regularly.
Several times I have cleaned the carburetor, but without much result. After consultation of several experts I have taken the float chamber off to examine. The float is copper barrel that on floats on the petrol. Through the copper barrel sticks a float needle, which has a up-side-down tapering that closes up to passage at the lower part of the float bowl so that petrol supply at a certain level stops, as soon as the float will float. On the top of the copper barrel is a part with a sort of clasp which clasps it to the float needle. It speaks for itself that the spot on which this sticks regulates the altitude of the petrol in the float chamber. The experts told me that too high a float level also can cause a too rich mixture. I have reduced the float level somewhat by lowering the float on the float needle with the clasp. I got the idea that the clasp was somewhat miss-formed and that as a result the float was somewhat higher hung than should have.
After this intervention the starting has improved, but not yet entirely well. Then I cleaned the air passages with a hair from a brush well and made a test ride. Starting goes well now, but after driving still a black spark plug. As I have said the needle and the needle jet have the largest impact because this covers the throttle range with which you most run during a ride, between stationary and full throttle. The needle is in the second groove from top as the book states, but the result was a black spark plug, afterwards the needle on the last groove, but still a much too rich and black spark plug. There is but 1 type of needle for this carburetor and that has type name 6/065. On the needle which I bought recently at Peter's Classic Bike Parts there is absolutely no number. Perhaps the needle has not been made enough correct or is not exact.
I can try once more with another needle. The needle which was initially in the carb is almost 6mm longer than the new needle. But when I try to assemble that one it can be only assembled hung in 4th groove, otherwise it is not possible for the gas slide to come far enough down and it runs much too fast, because the gas slide is then always way too high. The engine could never have run this way very well.
Something else which I have tried is to ride without the standard air filter. You can imagine that an air filter lets through air less easily. Less air means a richer mixture therefore theoretically riding without air filter would produce somewhat poorer mixture, or in my case something less rich, because still the spark plug has been scorched black.
At this moment my options have been exhausted. What I still want try is a new needle and a smaller needle jet. At the moment I can ride, as long as I take along a spark plug key, copper brush and a new spark plug.

2009 Voorjaar - Crusader 6 to 12 Volt

Ook de Crusader moet er aan geloven. Nadat Coby, de WD/CO uit 1943, al naar 12 V is geconverteerd, moet dit ook bij de Crusader uit 1957 gaan plaatsvinden. Misschien vraag je je af waarom je een werkend 6V systeem om zou gaan bouwen naar 12V? Welnu, daar zijn een aantal redenen voor. In de beginjaren 50 was het allemaal 6V wat de klok sloeg.
12V heeft sowieso al een efficiency voordeel t.o.v. 6V en hiervoor moeten we wat elektrotechniek bekijken. Wanneer je een 30 Watt koplamp hebt in een 6V omgeving dan heeft deze een stroom nodig van 5A. Een koplamp van het zelfde vermogen heeft in een 12V omgeving slechts de helft hiervan nodig. Hier komen twee voordelen uit naar voren, namelijk dat de bedrading iets minder dik kan zijn en dat er krachtigere koplampen gebruikt kunnen worden. Daarnaast laat de wet van Ohm zien dat mocht er ergens door corrosie slechte connectoren zijn dit bij een 12V systeem minder gevolgen heeft. De lamp zal daar helderder blijven branden dan bij een 6V systeem.

De stroom werd halverwege de jaren 50 meestal opgewekt middels een 3 spoels wisselstroom alternator, in het geval van de Crusader van het merk Lucas. De wisselstroom werd uitsluitend via een gelijkrichter naar gelijkstroom omgezet. Er was in die tijd nog geen elektronica om een efficiënte compacte spanningsregelaar te maken, die er voor zorgde dat de accu niet ging koken door overbelading. De bedrading zorgde er voor dat de accu niet overladen zou worden en werd daarom zodanig uitgevoerd dat overdag, wanneer er zonder licht werd gereden, slechts 1 spoel de stroom naar de accu stuurde. Dit hield in dat de accu op peil werd gehouden. Je vertrok met 6V en je kwam ook weer thuis met 6V. Dit betekende echter ook dat wanneer je maar 5,8V in de accu had je dus ook weer met 5,8V thuis kwam. Met andere woorden de accu werd niet naar het gewenste niveau opgeladen, maar het verbruik werd slechts gecompenseerd.
s' Nachts, wanneer met licht op werd gereden, kwamen ook de beide andere spoelen in actie. Maar ook hierbij gold hetgeen voor de overdag ritten werd gezegd, het verbruik werd gecompenseerd. Het bijschakelen van de spoelen geschiedde door middel van de lichtknop in de koplamp.
Omdat het gebruikte 6Volt systeem zoals gezegd niet zo betrouwbaar was in geval van corrosie op de contacten kwam het regelmatig voor de de berijder lopend naar huis moest. Ook hiervoor werd iets handigs bedacht en alle motoren uit die tijd kenden een zogenaamde 'emergency' start. Hierbij werd de alternator wisselstroom direct gebruikt om te starten. Ook hier loerde weer een potentieel gevaar. Door vocht in het contactslot was het mogelijk om wisselspanning in het gelijkstroom circuit te introduceren, waardoor de motor onregelmatig kan gaan lopen. Deze fout is heel moeilijk zonder oscillator te detecteren.
Maar het 12 Volt systeem lost ook dit start probleem op doordat de betrouwbaarheid verbetert. De noodzaak voor een aparte 'emergency' start is dan ook niet meer nodig.
Welk onderdeel van de alternator moet je nu aanpassen om naar 12 Volt te kunnen overstappen? Geen enkele. Het is namelijk de accu die het voltage bepaalt.
Je moet dus de 6 Volt accu vervangen door een 12 Volt exemplaar, alle 6V lampjes door 12V lampjes, en t.b.v. de ontsteking de 6V bobine vervangen door een 12V exemplaar, zoals de Bullet heeft.
Nu werkt het systeem al onder 12 Volt, maar nog niet met de andere voordelen, want het systeem blijft uitsluitend het verbruik compenseren.

Om ook dit voordeel te krijgen heb ik voor mijn verjaardag een 12V gelaccu en een Hans Beck 12V regelaar/gelijkrichter voor een wisselstroom alternator gekregen. Deze is naast een gelijkrichter tevens voorzien van een spanningsregelaar die er voor zorgt dat de spanning in de accu op het gewenste peil blijft. Ook zit er een condensator in die als doel heeft spanningspieken af te vlakken maar er tevens voor zorgt dat je zelfs zonder accu de motor kunt starten en rijden; je kunt het ook een powerbox noemen. Ook kreeg ik Hans zijn fitting voor halogeen lampjes (10 en 20Watt) en een LED achterlicht, die er samen voor gaan zorgen dat de alternator ook voldoende stroom levert voor gebruik van een GPS. Toen ik bij Hans Beck was liet hij me ook zijn nieuwste 'uitvinding' zien, een koplamp op basis van 1 super bright LED, die werkelijk een fantastische hoeveelheid licht geeft en volgens hem niet verblindend is en dus de noodzaak van een extra dim- of grootlicht onnodig maakt. Helaas kostte deze LED koplamp, die wel levenslang meegaat, ca. 60 Euro. Hans heeft zelf de lamphouder gedraaid en het geheel t.b.v. de koeling voorzien van een klein (pc)ventilatortje. Alles zit netjes opgeborgen in de koplamp; je ziet er niets van, maar je krijgt wel een betrouwbare lichtvoorziening.
De bedrading t.b.v. de wisseling van 6V naar 12V kan grotendeels in tact worden gelaten. Door het bundelen van de twee draden die van de spoelen komen en het aanbrengen van 2 nieuwe draden tussen de alternator en de gelijkrichter/regelaar kan één en ander snel geregeld worden. Een aantal andere kabels wordt eenvoudigweg los gekoppeld en doet niet meer mee. Het is namelijk
niet meer nodig om twee spoelen via de verlichtingsschakelaar bij te schakelen. Alle drie de spoelen worden continue gebruikt en de spanningsregelaar zorgt er voor dat de accu netjes zijn niveau krijgt en behoudt. Ook de 'emergency' start is niet meer nodig. Het systeem is betrouwbaar genoeg om zonder te kunnen.
Geloof ik hierin? Heilig, maar de toekomst zal het leren.
schema met in rood de aanpassingen
Een maandje later, nadat de ampère meter door kortsluiting de geest gegeven had, heb ik bij Hans ook nog een voltmeter gekocht. Een voltmeter geeft eigenlijk veel beter dan de ampère meter de toestand van de electrische installatie aan. De ampère meter laat uitsluitend de stroom zien, dus het al of niet laden of ontladen van de accu zien, terwijl de voltmeter de spanning van de gehele installatie direct toont. Je ziet hoeveel de accu geladen (iets meer dan 12 Volt) is, dat er bijgeladen wordt (iets hoger voltage) of gebruikt wordt (iets lager voltage). Een ander nadeel van de ampère meter is dat de te meten stroom van al te meten onderdelen via een onder spanning staande kabel naar de koplamp geleidt moeten worden, hetgeen het gevaar voor kortsluiting niet gering maakt, zoals bij dus ook bleek. Voor de voltmeter is daarentegen maar één onder spanning staande draad naar de koplamp nodig. Natuurlijk werkte het geheel niet nadat ik alle componenten had gemonteerd. Ik zag wel de spanning van de accu, maar bij het starten werd er niets geladen. Op advies van Hans heb ik de alternator losgekoppeld van de rest van de installatie en ook de accu ontkoppeld. Daarna een oude koplamp (60Watt) verbonden met de draden van de alternator en de motor gestart. Het was duidelijk te zien dat de koplamp bij het gas geven feller ging branden. De alternator was dus niet het probleem. Daarna de regelaar weer aangesloten op de alternator en de gelijkgerichte spanningsdraad en de aarde draad op de koplamp aangesloten. Dit keer geen licht. Dit kon betekenen dat de regelaar van Hans defect was of dat de draden van de alternator naar de regelaar onderbroken waren. Het laatste was natuurlijk het geval. Eén van de kabel verbindingen bleek niet goed contact te maken. Toen dit verholpen was en nogmaals de test met de losse koplamp werd uitgevoerd werkte alles naar behoren. Vervolgens de hele installatie opnieuw aangesloten, starten en een voltmeter waar je aan kon zien dat de alternator zijn werk deed.
Als laatste heb ik nog een verbetering aangebracht. De lichtinstallatie was buiten het contactslot om aangesloten. Dit betekent dat je de verlichting altijd aan kunt zetten, ook zonder sleuteltje, maar het betekent ook dat het ledje van de voltmeter altijd aan is en met zijn 40 mA toch de accu aan het ontladen is.
Ik heb nu dus de installatie via het contactslot lopen. Je zet het contact aan en dan heb je overal stroom. Je kunt nu aan de voltmeter zien dat je contact nog aan staat.
Mijn eerste proefritje verliep ook niet zo glorieus. De eerste keer brak mijn koppelingskabel voor de zoveelste keer. Hij moet eigenlijk vernieuwd worden, maar ik heb hem weer gerepareerd en gesoldeerd met het vlammetje. Bij de tweede poging bleek dat ik vergeten was de kickstarterveer vast te zetten (O, was daar dat moertje voor dat ik de vorig keer over had!) zodat deze steeds weer naar beneden wilde. Dit was minder snel gerepareerd. Het timingdeksel moest worden verwijderd en daarvoor ook de uitlaat, de kickstarter en het schakelpedaal. Daarna de kickstarter veer weer goed bevestigen, hetgeen ook een lastige zaak is, want de kickstarterveer is blijkbaar een door een vorige eigenaar zelf gefabriceerd iets, dat niet goed blijkt te passen. Hij heeft een kleinere doorsnee dan die van de WD/CO of J2. De derde proefrit poging duurde het kortst, omdat ik het schakelpedaaltje te ver naar beneden het gezet en deze tegen de uitlaat kwam waardoor ik niet meer uit zijn 1 kon komen. Ook dit werd weer verholpen en de vierde poging verliep goed, zij het dat de ontsteking niet helemaal jofel staat. Bij het gas dichtdraaien knalt het dat het een lieve lust is. Dit is door mij een week later gecontroleerd: ontsteking staat goed. De Carburateur blijkt de boosdoener. Ik heb deze afgesteld en het knallen is over. Ook blijkt de uitlaatbocht wat losjes in de cilinder te steken. Er blaast nogal wat lucht uit. Dit moet ook nog worden verbeterd. Verder trekt en rijdt de Crusader goed, is de wegligging prima en de vering beter dan die van de Bullet. Ik heb goede hoop dat het een fijne betrouwbare motor wordt, ondanks mijn geknutsel.

English translation (Google translated)

Crusader, 6 to 12V

The Crusader is the next in line to undergo the operation. After Coby, the WD/CO/B from 1943, was converted to 12 Volt, the 1957 Crusader is next. Maybe you wonder why you need to change a working 6V system to 12V? Well, there are a number of reasons. In the early 50s there was only 6V.
Above all 12V has an efficiency advantage compared to 6V and therefore we have to look at some electronics. If you have a 30 watt headlight in a 6V environment than this needs a 5Amp current. A lamp of the same character in a 12V environment only needs half of this. Due to this there are two benefits, namely the wiring could be slightly less thick and more powerful headlights could be used. Ohm's law also shows that if there were some bad connectors due to corrosion in a 12V system that has less impact. The lamp will continue to burn brighter in a 12V system than in a 6V system.
In the mid-50's the current was generated mostly through a 3 coil AC alternator, in the case of the Crusader of the Lucas brand. The AC was only converted into DC through a rectifier. At that time there was no electronics available to make an efficient and small voltage regulator, which could take care of not overloading the battery so it did not cook. The wiring made sure that the battery would not be overloaded and was therefore such that during the day when no lights were in use only 1 coil sent the power to the battery. This meant that the battery level was constant. When you left with 6V, you came back home with 6V. This also meant that if you only had 5.8 V in the battery you also had 5.8 V back home. In other words, the battery was not charged to the desired level, but consumption was only compensated.
At night, when the light were used, the other two coils came in action. But it was the same as during the day trips, consumption was compensated. The switching of the coils were controlled through the light switch in the headlight.
Because the system used 6 Volt and was not as reliable in the case of corrosion on the contacts the regular rider often came home pushing his bike. Therefore something useful was invented and all engines of that time had a so-called 'emergency' start. It used the alternator's alternating current to start direct without rectifying. Here again a potential danger lurked. By moisture in the ignitionswitch it was possible to introduce AC in the DC circuit, so the engine could run irregularly. This error is very difficult to detect without oscillator.
But the 12 volt system solves this problem by improving the reliability. The need for a separate "emergency" start is not necessary anymore.
Which part of the alternator must now be altered to do the switch to 12 volts? None at all. It is the battery that determines the voltage.
So you have the to replace the 6 volt battery by a 12 volt one, all 6V lights by 12V lights, and the 6V ignition coil by a 12V one, like the Bullet has.
Now the system works already on 12 volts, but not with the other benefits, because the system will only use the old alternator coil switching system.
To get this benefit as well, I was given a present for my birthday, a 12V gel battery and a Hans Beck (www.beckelektronika.nl) 12V regulator for an AC alternator. This is a rectifier with a voltage regulator which ensures that the voltage in the battery gets to or remains at the desired level. It also contains a capacitor or condensor that aims to level the current but also ensures that even without a battery the engine can be started and can drive, you may also call it a power box. Another birthday gift were Hans's fittings for halogen bulbs (10 and 20Watt) and a LED backlight, which together will ensure me that the alternator provides enough power for the use of a satnav.
When I visited Hans Beck he showed me his latest "invention": a headlight with 1 super bright LED, which really gives an amazing amount of extreme white light and it is not blinding like a conventional (halogen) bulb and therefore doesn´t need an additional or dim - beam. Unfortunately this LED headlight which has a very long life, costed approximately 60 Euro. Hans has turned the led fitting himself and fully equipped it for cooling with a small (PC) ventilator. Everything is neatly stored in the headlight case, you'll never see it, but you get a reliable supply of light.
The wiring for the change from 6V to 12V can be left largely intact. By combining the two wires of the coils, and the installation of 2 new wires between the alternator and the new rectifier/regulator it can be quickly arranged. Some other wires are simply disconnected and are not used anymore. There is no need to switch the coils through the lights switch anymore. All three coils are used continuously and the voltage regulator ensures that the battery level keep tidy. The 'emergency' start is not needed. The system is reliable enough to be without.
Do I believe this? Yes, but the future will tell.

A month later, after the ammeter died by shorting I went back to Hans and I bought a voltmeter which would replace the ammeter. A volt meter shows actually much better than the ammeter the state of the electrical installation. The ammeter shows only the power, so whether or not the battery is being charged or discharged, while the voltmeter shows immidiately the voltage of the entire system. You see how charged the battery is (just over 12 volts), if it's charging (slightly higher voltage) or discharging (slightly lower voltage). Another disadvantage of the ammeter is that to measure the current of all components they should be lead through a live wire to the ammeter in the headlight, which makes the risk of short circuit not a small one. The volt meter however requires only one live wire to the headlight. Ofcourse it did not work at all after I had assembled all the components. I could see the voltage of the battery, but when starting there was no charge (more volts) visible. Following the advice of Hans, I disconnected the alternator and the battery from the rest of the system. Then an old headlight (60Watt) was connected to the wires of the alternator and the engine was started. It was clear to see that when revving the headlight was burning brighter. So the alternator was not the problem. Then the regulator was connected again to the alternator and the rectified voltage wire and earth wire were connected to the testlamp. This time no light at all after starting the bike. This could mean that the Beck regulator was defective (but I didn't think so) or the wires from the alternator to the regulator were interrupted. The latter was obviously the case. One of the cable connectors was not making contact. When this was corrected and the test was repeated with the single testlamp everything worked properly. Then the whole installation was connected again, and after starting the engine the voltmeter showed that the alternator was doing its work.
Finally I have made another improvement. The lighting was connected bypassing the ignition switch. This means that you can have the lights on, even without the little ignition key turned on, but it also means that the LED of the voltmeter is always discharging the battery with his 40 mA .
I now run the installation via the ignition key. You turn the ignition on and then you have power everywhere. You can now see by the voltmeter that your ignition is still turned on.

My first test ride was not so glorious.
The first time my clutch cable broke for the umpteenth time. It really should be renewed, but I got it repaired and soldered with a flame.
The second attempt showed that the kickstart wouldn´t get up again (Oh, that was the purpose of the nut that was left over!) so that it always hung down. This was a less quick repair. The timing cover must be removed before the exhaust, the kickstarter lever and the gearchange lever. Then remount the kickstarter spring, which prooved to be difficult, because the kick starter spring is apparently self-fabricated by a previous owner and somehow does not seem to fit. He has a smaller diameter than that of the WD / CO or J2.
The third attempt took the shortest test drive (don´t laugh), because I mounted the gearchange lever too far down and it came against the exhaust so I could not come out of first gear.
This was solved again and the fourth attempt went well, although the carburation is not completely right. When turning gas off it bangs like hell. One week later I checked the ignition, which is allright. The carburetor appears to be the culprit.
I've tuned it and the banging and popping is all gone. It also showed that the exhaust pipe was loosely in the cylinder. It blows a lot of air. This should also be improved. On the whole the Crusader rides good, the handling is fine and suspension better than that off the Bullet. I am hopeful that it will become a reliable engine, despite my tinkering.